Wijnmythe: rode wijn drink je op kamertemperatuur. Mijn motto: Stay cool en koel je wijn!

04-serveertemperatuur-jpg

geschreven door Ingrid Larmoyeur op 02-10-2015

Er bestaan nogal wat wijnmythes. Ik zal de komende tijd af en toe eentje ontkrachten. Vandaag: rode wijn drink je op kamertemperatuur.

Kamertemperatuur

Maar, hoor ik je zeggen, rode wijn moet je toch op kamertemperatuur drinken!? Ja, en nee. De mythe dat je rode wijn op kamertemperatuur moet drinken, dateert nog uit vervlogen tijden die de meesten van jullie niet kennen. De tijd namelijk dat er nog geen centrale verwarming bestond. Huh!?Ja, inderdaad. In de woonkamer stond een gaskachel, houtkachel of kolenkachel. Vaak was er geen verwarming in de slaapkamers. Brr. Je kunt je voorstellen dat de kamers in die tijd niet heel erg warm waren. Kamertemperatuur, dat was circa 18 graden, als je geluk had. Uit de tijd voor de centrale verwarming dateert ook het advies dat je rode wijn op kamertemperatuur (18 graden dus) moet serveren. En trouwens, vroegâh hadden wijnliefhebbers vaak ook nog een koele kelder en moesten ze hun wijnen juist chambreren (= op kamertemperatuur brengen, van het Franse woord ‘chambre’voor kamer). Tegenwoordig zal de gemiddelde woonkamertemperatuur ergens rond de 21 graden zijn. Dat is voor de meeste rode wijnen geen aangename serveertemperatuur! Koelen luidt dus het advies.

Smaakbeleving

De ideale serveertemperatuur is afhankelijk van kleur, type, stijl en kwaliteit. En hoe werkt dat dan? Een simpele stelregel: hoe koeler de wijn, hoe frisser en levendiger hij aandoet. Je proeft dan meer fruit, de wijn komt strakker over en je hebt meer zuurbeleving. Maar ook: hoe kouder, hoe minder je proeft! Drink een wijn dus nooit tè koud, want de wijn wordt hard en je ontneem jezelf een mooie smaakbeleving. Anderzijds: hoe warmer je de wijn serveert, hoe logger de wijn wordt. Minder zuren, meer tannines, alcoholischer, maar ook voller, ronder en zachter. Drink je de wijn te warm, dan wordt hij echter ook zwaar en vermoeiend. En nog een basisregel: hoe beter de kwaliteit van de wijn, hoe warmer je de wijn serveert. Een simpele fruitige rode wijn kun je koeler serveren (12-14°C) dan een stevige rode Bordeaux (16-18°C). Een eenvoudige prosecco serveer je koeler (ca. 7°C) dan een top-champagne (ca. 9°C).

Koel rood

Hou sowieso die 18°C aan als maximum, zeker ook in de zomer. Je wilt bij 28 graden buiten geen ongekoelde rode wijn drinken, maar dat geldt ook voor de winter als je de verwarming op 21 graden hebt staan. Consequentie is dus dat je mousserend, wit, rosé en sommige aperitief- en dessertwijnen in de koeling bewaart of enkele uren voor het serveren in de koeling gooit, dat je eenvoudig soepel en fruitig rood behoorlijk koelt voor het serveren en dat je ook krachtig en complex rood een beetje koelt indien nodig. Even een (half) uurtje in de koeling of een koelmanchet erom doet de rode wijn vaak erg goed. En bedenk dat je fles ook weer snel opwarmt. Je kunt dus sowieso beter wat koeler beginnen.

Cool, man!

En dan als laatste nog een klein geheugensteuntje voor de ideale serveertemperaturen:

Mousserend: 8-10 graden
Wit – licht, fruitig: 8-10 graden
Wit – vol, complex: 10-12 graden
Rosé: 8-10 graden
Rood – licht, fruitig: 12-16 graden
Rood – vol, complex: 16-18 graden
Zoete wijn: 8-10 graden
Versterkt: 12-14 graden

Stay cool en koel je wijn!

Deel dit bericht

U kunt reageren op dit bericht

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *